Onstaan van het Schaatsen.
Stichting Oud Ried.

Eind 1998 zijn een groepje enthousiaste mensen begonnen met het uitzoeken van de geschiedenis van het dorp Ried. Het doel van onze stichting is het archiveren en in kaart brengen van alles wat met Ried te maken heeft. Tevens houden wij regelmatig tentoonstellingen, lezingen en dia- en filmvoorstellingen in ons dorpshuis. Wij zijn dus altijd op zoek naar personen die ons verder kunnen helpen met o.a. foto’s krantenknipsels, anekdotes, landkaarten, prentbriefkaarten (ansichtkaarten) en alle andere voorwerpen die betrekking hebben op het dorp RIED. Ook informatie over de zuivelfabriek, het tichelwerk, de gasfabriek, school, kerk, de kleine middenstanders en het agrarische leven uit ons dorp zijn van harte welkom. U begrijpt, wij zijn op zoek naar alle mogelijke informatie over Ried. U kunt ons bereiken via de mail: oudried@live.nl

Postadres: Sjoukje Hibma
                  De Rombade 9
                  8811 HT Ried
                  tel:0517-269494

Januari 2018

Het ontstaan van het schaatsen
Uit archeologische vondsten is gebleken dat er al in de oertijd werd 'geschaatst'. Het was toen nog vooral een kwestie van glijden. De allereerste schaatsen worden daarom glissers genoemd; glis is een rib of een middenvoetsbeen van een rund, paard of hert. De glissers werden voorzien van gaten en met pezen of palingvellen aan de voet bevestigd. Om het afzetten op het ijs te vergemakkelijken, werd vaak gebruikgemaakt van één of twee stokken. Later werden ook prikstokken als hulpmiddel ingezet. Glissers of botschaatsen zijn door heel Europa teruggevonden. In Nederland zijn ze waarschijnlijk vooral gebruikt tussen 800 en 1200.
De schaats ontwikkelde zich in de loop der eeuwen van een eenvoudig bot tot een constructie met een ijzeren mes waarop men zich snel kan voortbewegen. De oudste vondsten van schaatsen dateren van rond 1225. In de 19e eeuw kende men drie hoofdtypen schaatsen: de Hollandse krulschaats, de Zuid-Hollandse baanschaats en de Friese schaats. De beide Hollandse schaatstypen werden vooral gebruikt om te zwieren over het ijs (het latere kunstschaatsen). Deze schaatsen hadden veelal een sierlijke krul aan de voorzijde. Bij de Friese schaats draaide het om snelheid. De houten voetstapel, het deel van de schaats waar de voetzool op rust en dat met linten aan de schoen of laars werd vastgebonden, was bij de Friese schaats recht van vorm terwijl deze bij de Hollandse schaats de vorm van een acht had. De schaats had een omhooglopend ijzer aan de voorkant met een scherpe punt en was daardoor niet geheel zonder gevaar. Daarom werd de punt voorzien van een sierlijk en ongevaarlijk houten eikeltje.
In Friesland was de schaats in de winter een belangrijk vervoermiddel. De verbindingen over de weg waren meestal slecht of men moest een lange omweg maken, maar over ijs was verre familie ineens veel makkelijker te bezoeken. De Friezen waren daardoor al vroeg bezig met snelheid: ze wilden lange afstanden zo snel mogelijk overbruggen. Daarom ontwikkelden ze schaatsen waarmee meer snelheid gemaakt kon worden door het verlengen van het schaatsijzer. Zo werd rond 1875 de Friese doorloper geboren, een schaats met een grotere stabiliteit waarmee men een langere slag kon maken. De schaats stond te boek als deugdelijk en snel en was daarom vooral bij korte-baanschaatsers erg populair.












Rond de Tweede Wereldoorlog was deze schaats tot ver buiten Friesland doorgedrongen. Rond 1800 werden er al, met name in Friesland en Groningen, kortebaanwedstrijden verreden. Hier was goed geld mee te verdienen. Deze wedstrijden werden meestal uitgeschreven door de kastelein, bij wie men zich ook moest aanmelden. Met deze extra klandizie in de winter pikte hij mooi een centje mee.
Ook in Ried werden er regelmatig wedstrijden uitgeschreven. Om alles in goede banen te leiden werd in 1878 de IJsvereniging Ried opgericht. De exacte oprichtingsdatum is niet bekend, omdat het eerste notulenboek niet bewaard is gebleven. De Riedster IJsvereniging (later IJsclub genoemd) stond bekend om het uitschrijven van een aantal belangrijke wedstrijden in de regio. Zo waren daar vrouwenhardrijderijen, heer en dame wedstijden en hardrijden voor (jonge)mannen vanaf 16 jaar.
De te winnen geldprijzen waren een mooie bijverdienste voor de arbeiders die vaak weinig inkomen hadden in de winter. Natuurlijk moest er wel inleg worden betaald. Dat de winters vroeger echt wel strenger waren dan tegenwoordig blijkt wel uit het feit dat er soms al in december wedstrijden werden gehouden, zoals blijkt uit onderstaand krantenverslag uit 1882. Ried had toen nog geen ijsbaan en zolang het ijs in de vaart nog niet sterk genoeg was en de scheepvaart niet stilgelegd, werd er uitgeweken naar een ondergelopen stuk land of een opvaart.
In de jaren '50 ontstond er een verandering in het schaatsen nadat op 10 februari 1954 ijsvereniging Thialf in Heerenveen haar 75-jarig jubileum vierde met een schaatswedstrijd. De Nederlander Gerard Maarse en de Noor Arne Johansson reden daarbij voor het eerst op stalen hoge Noren. Hun tegenstanders op de modernste Friese doorlopers konden het tweetal niet bijbenen. De invasie van stalen Noren was daarmee een feit. De houten doorlopers kregen een steeds ouderwetser imago en de verkopen kelderden dramatisch. De nekslag voor honderden Nederlandse schaatsenmakers.

In het volgende Kattebeltsje valt meer te lezen over de Riedster IJclub en de ijsbaan.

Stichting Oud Ried