De Walburgakerk

De Walburgakerk

Ried, oudtijds ook Rhede genoemd, is het noordoostelijkste dorp der Grietenij, gelegen aan den rijdweg van Franeker naar Leeuwarden, en tevens nabij het water de Ried, waarvan ook het dorp den naam ontleend heeft. Ten oosten grenst dit dorp aan het oude klooster Anjum, behorende tot Menaldumadeel. Oudtijds lagen ook hier adelijke Staten, als: Anema, ten oosten des dorps, nog aan de grachten en hoving kenbaar; oud Andla, waarvan het slot in 1433 al afgebroken was, en Nieuw Andla, nog in wezen. Deze beide Staten Andla hadden ook regt tot het ambt van Grietman in deze Grietenij. Op de State Andla is, in het laatst der 13e eeuw, geboren GODEFRIDUS ANDLA, die pastoor te Ried en te Berlikum en ook Abt van Lidlum geweest is. De wijl Andla tot de Vetkopers partij behoorde, had hij vaak twist met, en voerde zelfs oorlog tegen de edelen TADINGA, ADELEN, de monniken van Ludingakerk, Oldeklooster en anderen. Ried behoorde oudtijds mede onder den Dekenstoel van Franeker (∫ 36,00) betalen. De pastoor genoot 100 goudguldens, de koster trok 40 goudguldens. Alhier zijn twee leenen, het eene in de 13e en het andere in de 15e eeuw gesticht, met oogmerk om godgeleerde studien te bevorderen, gelijk deze leenen nog heden daartoe gebruikt worden. Het eene leen was met uitdrukkelijke bepaling van den Donateur, om jaarlijks eene zielmis voor hem na zijn overlijden te doen. Nadat de oude toren door ouderdom ingestort was, is de tegenwoordige in 1614 gebouwd, eerst stomp, doch dezelve werd in het begin dezer eeuw, met een spitsje voorzien. De kerk is in 1653 gebouwd. Het oude orgel is in 1829 door een nieuw fraai en welluidend orgel vervangen, gemaakt door de Heeren L. en J. VAN DAM, orgelmakers te Leeuwarden. Te Ried is eene zeer goede dorpsschool en onderwijzers woning. Ried telt nagenoeg 240 inwoners.

 

Na de hervorming tot 1725 was Ried eene enkele plaats, doch is in dat jaar ten deele, en in 1758 geheel met Boer gecombineerd geworden. Den 31 Oktober 1571 overleed hier een priester met name REIN AMEZOON, die in de pastorije graven begraven ligt: welligt was deze de laatste priester te Ried. De thans Ned. Herv. Kerk, in 1653 gebouw. Waarschijnlijk op de grondslagen van een reeds omstreeks 1300 bestaande Parochie Kerk; in 1871 hersteld en gepleisterd in een bakstenen gebouw, bestaande ui een schip, een 3/8 gesloten koor en een vierkante toren, in 1625 gebouwd door Abe of Ede ter vervaning van de toen in gestorte toren, in 1925 – 1926 geheel ommetseld en van een nieuwe spits voorzien. Boven de zuidelijke ingang twee stenen, waarvan een betreffende de herbouwing in 1653 en een vermeldend de herstelling in 1871; in de zuidmuur een steen met 1653. In de Noordmuur van de toren een steen met het wapenandla 2 afgehakt waarschijnlijk in 1795 in de Franse tijd en opschrift: op de Noordwest één vermelding Abe Ede als meester, diens handwerk en 1625. Boven de toren deur een steen met opschrift en 1625. In de Zuidmuur van de toren twee stenen, waarvan een met het zelfde Jaartal en één vermeldend de instorting van de vorige toren en de herbouwing 1625. De kerk bezit Eiken preekstoel (XVIIC) 1760. Bij de Zuiderlijke ingang twee rode zerkstenen en een blauwe gebeeldhouwde zerk <1639 en XVII> van de familie Andla avondsmaal zilver twee bekers waarvan kleine met drie medaillons, waarvan figuurtjes onder de voetjes. A.H.K.M., 1644 merken: één in Bolsward, Jaarletter N 1644 en huismerk. En een grotere met medaillons, waarin Geloof, Hoop en Liefde, wapens, letters D.O.M.D. 1648 opschrift en in de bodem gesoldeerd een munt < merken Sneek, Jaarletter R – 1648 en VI – Wijger Jansen van Inse

 Twee klokken, waarvan de kleine in 1624 gegoten, vermoedelijk door M. Francois Simon en Andreas Obertin en de grote in 1634 door Hans Falck van Neurenberg te Leeuwarden.