Nu moest de nieuwgeborene nog een naam hebben. Veel schitterende namen, zoals “Crecendo, Excelsior” enz. passeerden de revue. Eindelijk werd echter de bescheiden naam “Lyts Begjin” met algemene stemmen aangenomen.
Vastgesteld werd dat er een bestuur zou zijn bestaande uit drie leden, t.w. voorzitter, secretaris en penningmeester. Na de stemming bleek dat hiervoor waren gekozen J. Vlietstra, Joh. Siderius en A. Hoefstra, die onderling de functies verdeelden als volgt: voorzitter, penningmeester en secretaris. Een en ander zou natuurlijk nader uitgewerkt moeten worden bij reglement. Over een noodzakelijk in het reglement op te nemen bepaling werd nog even gepraat. Wanneer n.l., zo werd er gezegd, de vereniging eens werd opgeheven, dan moest er in dat reglement een bepaling voor komen die verhindert dat de instrumenten zomaar verkocht worden, wat dus het eventueel oprichten van een nieuwe vereniging zeer zou bemoeilijken. Overeenkomen werd nu dat in dat geval de instrumenten zouden moeten worden opgeborgen door de voorzitter der vereniging voor volksvermaken, die dan zal moeten trachten met behulp van de andere bestuursleden der vereniging een nieuw muziekkorps op te richten. Gelukt hem dat niet binnen zekere tijd, dan zal de ledenvergadering van de ver. voor volksvermaken moeten bepalen wat er met die instrumenten moet gebeuren. Zodoende houdt het dorp, waardoor de instrumenten ook in zekere zin zijn geschonken, in dat geval enige zeggenschap over de bezittingen van de vereniging. De ver. voor volksvermaken werd hiervoor genomen omdat deze de grootste in Ried is, waarbij bijna alle dorpsgenoten zijn aangesloten. Na nog een beetje gepraat te hebben sloot de voorzitter deze opgewekte vergadering met een opwekkend woord, waarin hij de nieuwe vereniging de beste wensen meegaf.
Een van de eerste foto’s van het korps Lyts Begjin gemaakt begin jaren 30.
Staand: Klaas Sytsma, Harm Visser, Anne Rodenhuis, Lolke Nauta, Anne Tilstra en Ane Nauta.
Zittend: Keimpe v/d Veer, Geertje Dethmers, Chris Sytsma, dirigent P. de Ruiter, Jouke Vlietstra, Ulbe Stienstra, Hein van Zandbergen en met de trom Renze Vlaskamp.
Op de voorgrond zit Sietse v/d Ploeg, later een van de leden van de Ridoband.
In ditzelfde schriftje staat ook het eerste jaarverslag van 1923/1924, eveneens opgetekend door A. Hoefstra. Hij was een zoon van Geert Hoefstra die een manufacturenzaak had op de hoek Hoofdstraat/Pastorielaan. Uit dit verslag blijkt dat Ulbe Stienstra de drijvende kracht achter de start van het korps was. Citaat: In de nazomer van 1923 begon de zaak toch enigszins vastere vormen aan te nemen. En dat was vooral te danken aan twee van onze dorpsgenoten, n.l. de heren Ulbe Stienstra en Ane O. Anema. Eerstgenoemde, nog maar enkele jaren Riedster, bleek n.l. een goed geschoolde hoornblazer te zijn, die reeds jarenlang in verschillende korpsen had meegewerkt, meerdere beginnelingen had opgeleid en ook theoretisch goed onderlegd was. Hij meende sterk genoeg te staan om de leiding van een klein korps op zich te nemen. Een goede steun vond hij in Ane Anema, die direct het grote belang van een muziekkorps voor ons dorp inzag en ten volle bereid was zijn medewerking te verlenen om te komen tot de oprichting, vooral nu het grote bezwaar van een leider was opgeheven.