
De drie jonge muzikantjes zijn Jelle Vellinga, Durk Klaas Siderius en Koos Reitsma. Bij het hek staat Jelle Hil, de beppe van Jelle Vellinga. De getrouwde vrouwen in het dorp werden vaak aangesproken met de naam van hun man ervoor, zoals Jelle Hil (Vellinga), Martens Maaike (Hiemstra) en Jouke Rins (Vlietstra).

Op deze wagen zit koningin Wilhelmina aan het hoofd van haar elf provinciën. Cornelis de Kroon houdt de leidsels vast.