RiedsterTichelwurk 2.
Mei 2016

100 jaar terug opheffing van het Riedster tichelwurk, deel 2

Na het eerste droogproces, waarbij de pasgevormde stenen op de grond lagen te drogen, werden ze  in de haaghutten geplaatst die zich aan beide zijden van de vormplaats bevonden. Dit was een open houten spantenconstructie onder een zadeldak met dakpannen erop. In de open wanden bevonden zich rekken, waartussen de stenen te drogen werden gezet. Na vier dagen (bij nat en koud weer waren dat er meer) werden de stenen gekeerd, zodat zij gelijkmatig konden drogen. Na een paar dagen werden ze afgedekt met riet. Waren de stenen voldoende gedroogd, dan werden zij opgestapeld in afwachting van het bakken. Het drogen kon alleen in het vorstvrije seizoen gebeuren. Bevriezing van her water in de stenen zou ze namelijk doen barsten.
De vrouwen  geven de stenen door aan de hager, die de stenen in de haaghutten opstapelde om verder te drogen. V.l.n.r. Sjoukje Elgersma, Jaantje Siderius, Feikje Hoekstra-de Vries en Janke Vlietstra. De laatste twee zijn onbekend. Achter hen staat een kinderwagen en zijn jonge kinderen te zien, waaruit blijkt dat het grut met hun moeder meeging naar het werk. De foto is richting Hoofdstraat gemaakt met achter de bomen rechts de bakkerswinkel en in het midden de smederij.
Op bovenstaande foto, ook uit 1897 zien we het tichelwurk vanaf de Hoofdstraat. De man met de handen op de kleitafel is vormer Cornelis Elgersma. Links staat zijn vrouw Sytske Sikkema met zoontje Jacob op de arm. Het grote gebouw is de fabriek waar de stenen in de oven werden gebakken. De hoge schoorsteen, die uit het dak stak, staat  helaas niet op de foto. Rechts staan de stenen in de rekken te drogen, links zijn ze afgedekt met riet. In het huis op de achtergrond woonde de tasker, de meesterknecht. De zuidelijke helft van dit huis werd later jarenlang bewoond door Frouke en Hinke Kingma en daarna Piet en Aagje Posset, in de andere helft woont Rients Saakstra. Rechts is nog net een stukje van het dak te zien van de kleine woning die tegen het Wiid aanligt.
De woning aan de westkant van de weg ( waar nu Hans Ruhl en Liesbeth van Wijhe wonen) was de derde woning bij het tichelwurk en werd dubbel bewoond. In deze drie huizen rond het tichelwurk woonde het vaste personeel.
Steenfabrikant Gerrit van den Berg en zijn vrouw verhuisden in 1877 naar het ouderlijk huis van Gerrit op de hoek van de Havenstraat en de Hoofdstraat.  Hier had zijn moeder nog 20 jaar gewoond na het overlijden van haar man. De Zathe en landen van  Gerrit v.d. Berg op Zevenhuizen werden verkocht, waarna het pand  zijn boerderij functie verloor. De stal werd omgebouwd tot zes woningen en het dak werd vervangen door een dubbel puntdak. Na deze verbouwing bood het pand  onderdak aan zeven gezinnen en is de naam Zevenhuizen ontstaan.
Twaalf jaar lang woonde Gerrit van den Berg dicht bij zijn tichelwurk tot hij in 1889 op 55-jarige leeftijd overleed. Na zijn overlijden werd het Tichelwurk verkocht. Nieuwe eigenaar was Lourens van der Mey uit Leeuwarden die ook eigenaar was van het Berlikumer Tichelwurk. Tegelijk werd het huis op de hoek Havenstraat/Hoofdstraat verkocht. Het pand en enkele percelen grond werden aangekocht voor de start van de melkfabriek. Enkele boeren uit Ried en omgeving hadden onder leiding van Wiebe Jans Anema en Arjen Boukes Roorda besloten om een coöperatieve zuivelfabriek in Ried op te richten en dit was een geschikte locatie.
Tegen het einde van de 19e eeuw kwam de mechanisatie in de steenfabrieken op gang. Door het machinaal vormen van de stenen kon de productiviteit aanzienlijk worden verhoogd en hiermee de kosten worden beperkt. Daardoor was de concurrentie van de grotere steenfabrieken te groot voor de kleinere tichelwurken. In 1916 viel  het doek voor het Riedster tichelwurk. Het was een van de laatste van Franekeradeel die werd opgeheven. De stolpboerderijtjes uit 1914 aan het eind van de Havenstraat zijn nog net gebouwd in de tijd dat de Riedster steenfabriek nog in werking was. Over het 'Lytse Leeg', waar nu Froukje van Zandbergen woont, lagen planken en hierover werden met kruiwagens de stenen van het tichelwurk naar de oude haven vervoerd.
Een exacte datum van deze opheffing van het tichelwurk is niet bekend, het zal waarschijnlijk aan het eind van de zomerseizoen van 1915 zijn geweest, want begin 1916 staan de eerste advertenties in de Leeuwarder Courant voor verkopingen betreffende het tichelwurk. In maart wordt grond van het terrein te koop aangeboden en op 17 april 1916 volgt de verkoop van ca. 20 m_ puin van de schoorsteen. In mei wordt een boelgoed van de gehele inventaris gehouden. Uit die boelgoed advertentie blijkt dat de steenfabriek in Ried ook een naam had: “de Nooitgedacht” (zie linker advertentie hieronder). Tegelijk met het Riedster tichelwurk sloot ook de steenfabriek in Berlikum, die van dezelfde eigenaar was. In september volgt een laatste verkoping, ditmaal van het restant stenen,  houtwerk en een grote hoeveelheid puin (rechter advertentie). De dubbele woning op de hoek Hoofdstraat/Nieuweweg voor de broers Koene en Simon Van Wijk schijnt met deze laatste stenen van het tichelwurk te zijn opgetrokken.



Waren er in 1871 nog 51 pan- en steenfabrieken in Friesland (met 1215 personeelsleden), in 1920 waren dat er nog maar 10. Na het sluiten van het tichelwurk werd begonnen met de huizenbouw aan de nieuw ontstane weg, die in de volksmond de naam Nije Reed kreeg. Bij de aanname van straatnamen in 1963 was het voorstel om deze straat Tichelwerk te noemen. Doch door protesten van aanwonenden, Tichelwerk verwees naar de armoedige omstandigheden van eertijds, werd het de Nieuweweg. Tegenwoordig herinneren alleen de drie woningen bij de brug aan de plek waar ooit het tichelwurk stond.

Stichting Oud Ried