Vitus Ringers.

In 1968 kreeg Ried er een nieuwe straat bij de Dr. Vitus Ringersstraat. Maar waar is deze naam aan ontleend? Hiervoor moeten we 350 jaar in de tijd teruggaan!
Vitus Ringers werd op 15 februari 1660 als zoon van de gerechtsbode geboren te Harlingen. Hij bezocht daar de school van rector Aelbrichs. Op veertienjarige leeftijd vertrok hij met een goed getuigschrift naar Franeker. Hier was in de 17 de en 18 de eeuw een universiteit gevestigd. Aan deze Franeker Academie ging Vitus theologie studeren en daarnaast volgde hij nog een filosofiestudie. Om zijn studie mede te bekostigen gaf hij les aan de kinderen van grietman Sicco van Goslinga van Franekeradeel. Hiervoor liep hij enkele malen per week naar Goslinga State in Dongjum. In 1678 behaalde hij zijn bul voor de doctorsgraad in de wijsbegeerte. In 1682, pas 22 jaar oud, sloot hij zijn theologiestudie af en werd daarna tot dominee in Britsum benoemd. Uit het trouwboek van Franeker blijkt dat Vitus Ringers op 6 augustus van datzelfde jaar getrouwd is met Catharina Johanna Bart Meijer.
Na 2 jaar in Britsum gestaan te hebben werd Vitus Ringers in 1684 beroepen te Ried/Boer, waar hij tot zijn overlijden predikant zou zijn. Hij preekte veelal in het Fries. Tenminste, dat mogen we aannemen, want hij werd vooral bekend omdat hij pleitte voor het gebruik van de Friese taal in de kerk. In zijn liedboekje “Stichtelijk Sangprieel “ uit 1686 heeft Vitus Ringers drie psalmen niet alleen in het Nederlands maar daarnaast ook in de Friese vertaling opgenomen. Hij laat er een pleidooi aan voorafgaan voor het gebruik van de Friese volkstaal in de kerk en op de kansel. Verder had Ringers zitting in verscheidene commissies en ging hij in 1690 als correspondent van de Friese kerk naar de synode in Zuid-Holland. Voor de rest is er niet veel bekend over de veertig jaar dat hij in Ried heeft gestaan, hooguit dat hij de armen wel eens hielp en de verdreven Hongaarse dominees steunde.
Na het overlijden van zijn eerste vrouw in 1703 hertrouwt hij op 7 september 1704 te Ried met Margareta Daniels Reneman, dochter van de vooraanstaande Harlinger dominee Daniёl Reneman.
Na veertig trouwe dienstjaren overlijdt Vitus Ringers op 23 februari 1725 op de leeftijd van 65 jaar en 8 dagen te Ried. Samen met zijn tweede vrouw Margaretha (Grietje) Reneman ligt hij in het gangpad van de Riedster kerk begraven.
De twee meest bijzondere stukken van de collectie avondmaalszilver zijn afkomstig uit de nalatenschap van de familie Ringers: De gegraveerde zilveren beker uit 1703 is een Heer Avondsmaal geschenk van Vitus Ringers na het overlijden van zijn eerste vrouw Catharina (Trijntje) Johannes Bart Meijer. De tekst hierop luidt:
Het getrooste Ried, en sal Hi niet verbreken, Jes. 42 verkondigt den dood des Heeren totdat i komt.
Grietje Reneman, weduwe van Vitus Ringers, legateerde in haar testament van 3 Juni 1728 200 caroli guldens aan de Diaconie te Ried om daarvoor een zilveren schotel te kopen, te gebruiken bij het Heilig Avondmaal, waarop haar en haar mans wapens moesten worden gesneden.
Het opschrift luidt:
Het Brood dat deese Schotel heeft, Verbeeldt het Man dat Eeuwig Leeft.
Dit avondmaalszilver wordt nog steeds gebruikt.